Het mysterie van het huwelijk

De Kerk leert dat “God zelf de stichter van het huwelijk is. De roeping tot het huwelijk is gegrift in de natuur van man en vrouw zoals zij voortgekomen zijn uit de hand van de Schepper.”

Huwelijk en gezin
Opus Dei - Het mysterie van het huwelijk

Menselijke liefde

Wat het huwelijk van twee mensen inhoudt

Het huwelijk is een natuurlijk gegeven dat helemaal past bij de mannelijke en vrouwelijke aard van de mens.

In die zin leert de Kerk dat “God zelf de stichter van het huwelijk is (Gaudium et Spes 48,1). De roeping tot het huwelijk is gegrift in de natuur van man en vrouw zoals zij voortgekomen zijn uit de hand van de Schepper.”[1] Het gaat wezenlijk niet om een culturele instelling. Alleen het huwelijk geeft ten volle de waardigheid weer van de vereniging tussen man en vrouw. De specifieke kenmerken ervan zijn niet bepaald door enige godsdienst, maatschappij of menselijke autoriteit; evenmin zijn ze uitgezocht om verschillende huwelijks- en gezinsmodellen te maken volgens de laatste mode.

Volgens de bedoelingen van God komt het huwelijk uit de menselijke natuur voort.

Het specifieke van de huwelijksrelatie

Het huwelijk komt niet voort uit een soort overeenstemming tussen twee personen die een min of meer stabiele relatie wensen; er ligt een verbond aan ten grondslag: de vrije daad waardoor vrouw en man zich aan elkaar geven en ontvangen om een huwelijk - fundament en oorsprong van een gezin - te vormen.

De totaliteit van deze wederzijdse zelfgave is de essentie van het huwelijk. Uit deze zelfgave vloeien de wezenlijke eigenschappen en de specifieke doeleinden van het huwelijk voort.

Daarom is het een onherroepelijke overgave. De gehuwden zijn in het huwelijk niet meer exclusief baas van zichzelf. Zij behoren net zoveel tot elkaar als tot zichzelf. De één verplicht zich aan de ander. Zij zijn niet zomaar getrouwd, maar echtgenoten. Hun persoonlijke identiteit is door de relatie met de ander veranderd. Deze verbindt ze met elkaar ‘tot de dood hen scheidt’ .

Deze eenheid van twee is de intiemste relatie die er bestaat. Ze zijn nu voor eeuwig de man van of de vrouw van; zij zijn geworden tot één vlees.[2]

Eenmaal één vlees geworden, is hun band niet meer afhankelijk van hun wil, maar van de natuur – en dus van de Schepper – , die hen heeft verenigd. Hun vrijheid betekent niet dat zij wel of niet uit elkaar kunnen gaan, het betekent dat zij de vrijheid hebben om al dan niet te leven overeenkomstig de waarheid over henzelf.

De natuurlijke totaliteit van de echte huwelijksovergave

In feite beantwoordt alleen een totale zelfgave en aanvaarding van de ander aan de eisen die aan de waardigheid van de mens worden gesteld.

Deze totaliteit kan niet anders dan exclusief zijn. Het betekent dat elk van beiden zich voor het leven aan de ander geeft. Ieder groeit in de loop der tijd, hij blijft niet onveranderd. Een totale overgave is alleen maar mogelijk als die voor altijd is. Dit is een bevestiging van de vrijheid van beide echtgenoten.

Totaliteit impliceert dat de overgave niet selectief is, op een aantal punten, maar in alle betekenissen van het woord echtelijk.

Het huwelijk is nu juist de vereniging van man en vrouw, die seksueel (biologisch en psychologisch) verschillend zijn én elkaar aanvullend, wat – niet toevallig– de natuurlijke weg is om het leven door te geven (een noodzakelijk gegeven voor de vereiste totaliteit). Het huwelijk heeft het in zich om vruchtbaar te zijn. Dit is het natuurlijke fundament van het gezin.

Wederzijdse overgave, exclusief, tot de dood en vruchtbaar: dat zijn de kenmerken die eigen zijn aan de liefde tussen man en vrouw in de volle menselijke betekenis.

De christelijke filosofie heeft ze van oudsher essentiële eigenschappen (eenheid en onontbindbaarheid) en doelen (het welzijn van ouders en kinderen) genoemd. Niet om willekeurig een model van het huwelijk op te leggen, maar om te trachten goed en grondig de diepste waarheid van “in het begin”[3] vorm te geven.

De heiligheid van het huwelijk

De intieme gemeenschap van leven en liefde die stoelt op het huwelijksverbond tussen man en vrouw, geeft de waardigheid weer van de menselijke persoon en zijn radicale roeping tot liefhebben en als gevolg daarvan gelukkig te zijn. Het huwelijk heeft op zich al iets heiligs. Daarom spreekt de kerk van het mysterie van het huwelijk.[4] God zelf bedient zich in de Heilige Schrift van het beeld van het huwelijk om zijn liefde voor de mens uit te drukken.[5] De eenheid van twee personen, geschapen naar het beeld van God, houdt in een bepaalde zin een gelijkenis met de Drie-eenheid in, en helpt ons om enig idee te krijgen van het mysterie van de liefde van God. Een mysterie dat ons in eerste instantie ontgaat.[6]

Maar het menselijk wezen is blijvend, diep getroffen door de wonden van de zonde. Ook de betekenis van het huwelijk is daardoor verduisterd en ernstig verstoord.[7] Dat verklaart de theoretische en praktische misverstanden die er bestaan ten opzichte van de waarheid over het huwelijk.

Desondanks blijft de waarheid over de schepping voortbestaan, geworteld als zij is in de menselijke natuur,[8] zodat mensen van goede wil geneigd zijn niet in te stemmen met een kwalitatief mindere versie van de vereniging van man en vrouw. Deze ware opvatting van de liefde – zelfs met de moeilijkheden die deze met zich meebrengt– geeft God de mogelijkheid, onder andere, om de mens Zijn goddelijk wezen te doen kennen en Zijn heilsplan, dat zijn voltooiing bereikt in Christus, steeds meer te verwezenlijken.

Het huwelijk, verlost door Jezus Christus

Jezus verkondigt op nieuwe en definitieve wijze de oorspronkelijke waarheid over het huwelijk.[9] De “hardheid van zijn gemoed”, het gevolg van de zondeval, maakte dat de mens niet in staat was om ten volle de eisen van de huwelijksovergave te bevatten en in te zien dat die ook realiseerbaar zijn.

Maar met de volheid van de tijd openbaart de Zoon van God “het oorspronkelijke wezen van het huwelijk, de waarheid van ‘het begin’, en door de mens te bevrijden van de hardheid van zijn gemoed, stelt Hij de mens in staat deze waarheid volledig te realiseren.[10] Want “door Christus te volgen, zichzelf te verloochenen, het kruis op te nemen, zullen de gehuwden de oorspronkelijke betekenis van het huwelijk kunnen ‘begrijpen’ en er met de hulp van Christus naar kunnen leven.”[11]

Het huwelijk, sacrament van de Nieuwe Wet

Door het huwelijk tussen gedoopten tot sacrament te maken,[12] geeft Jezus een nieuwe, bovennatuurlijke volheid aan de betekenis ervan in de schepping en onder de Oude Wet, een volheid waarop het van binnenuit altijd al was gericht.[13]

Het sacramentele huwelijk wordt een bron waaruit de gehuwden de heiligende werking van Christus ontvangen, niet alleen individueel als gedoopten, maar door deel te hebben aan de twee-eenheid in het Nieuwe Verbond waarmee Christus zich aan de Kerk heeft verbonden.[14] Zo noemt het Tweede Vaticaans Concilie het “het beeld en deelname aan het liefdesverbond van Christus en Zijn Kerk”.[15] Dit betekent, onder andere, dat die vereniging van de gehuwden met Christus niet uitwendig is (dat wil zeggen, alsof het huwelijk een van vele levensomstandigheden is), maar van binnenuit: ze ontstaat door de heiligende doeltreffendheid van het sacrament, van het huwelijk zelf.[16] God komt de gehuwden tegemoet, blijft bij hen en garandeert daarmee hun huwelijksliefde en de doeltreffendheid van hun vereniging zodat zij Zijn Liefde onder de mensen kunnen uitdragen.

Het sacrament is dus niet voornamelijk de bruiloft, maar het huwelijk, dat wil zeggen, “de eenheid van de twee” die een “blijvend teken” is (vanwege de onlosmakelijke eenheid) van de vereniging van Christus met zijn Kerk. Vandaar dat de genade van het sacrament de gehuwden heel hun leven lang vergezelt.[17]

Op deze manier, is “de inhoud van de deelname aan het leven van Christus” ook specifiek: de echtelijke liefde vereist een totaliteit waarin alle componenten van de persoon bijdragen. In één woord: het gaat om de normale kenmerken van iedere natuurlijke huwelijksliefde, echter met een nieuwe zin, die ze niet alleen zuivert en bevestigt, maar ze zodanig verheft dat ze uitdrukking worden van eigenlijk christelijke waarden.”[18] Al heel snel toen de volle betekenis van het huwelijk tot hem doordrong, besefte de heilige Jozefmaria, in het licht van het geloof en met de genaden die de Heer hem schonk om de waarde van het gewone leven in de plannen van God te begrijpen, dat het huwelijk een waarachtige en bijzondere christelijke roeping is: “de getrouwden zijn geroepen om hun huwelijk te heiligen en in deze verbintenis geheiligd te worden; zij zouden daarom een grote fout begaan als zij hun spirituele gedrag alleen op hun huiselijk haard zouden bouwen.”[19]


[1]. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1603.

[2]. Mt. 19, 6.

[3]. Vgl. Mt. 19, 4. 8.

[4]. Vgl. Ef. 5, 22-23.

[5]. Vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1602.

[6]. Vgl. Benedictus XVI, Deus caritas est, nr. 11.

[7]. Vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1608.

[8]. Vgl. ibid.

[9]. Vgl. Mt. 19, 3-4.

[10]. Heilige Johannes Paulus II, Familiaris consortio, nr. 13.

[11]. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1615.

[12]. Vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1617.

[13]. Vgl. Heilige Johannes Paulus II, Familiaris consortio, nr. 13.

[14]. Vgl. Ef. 5, 25-27.

[15]. Gaudium et Spes, nr. 48.

[16]. Vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1638 e.v.

[17]. Vgl. Heilige Johannes Paulus II, Familiaris consortio, nr. 56.

[18]. Heilige Johannes Paulus II, Familiaris consortio, nr. 13.

[19]. Heilige Jozefmaria Escrivá Christus komt langs, nr. 23.