H Jozefmaria Dagelijkse teksten

“Hier ben ik, bereid om te doen wat U maar wilt”

Vol vuur vraag je: wat moet ik doen om mijn liefde voor God vast te houden en te laten groeien? - Mijn kind, doe afstand van de oude mens. Doe ook afstand van dingen die op zich goed zijn, maar die je zelfverloochening in de weg staan... Zeg Hem steeds met concrete feiten: “Hier ben ik, Heer, bereid om te doen wat U maar wilt.” (De Smidse, 117)

Ik verhef opnieuw mijn hart in een dankzegging tot God, mijn Heer, want er was niets dat Hem belette ons zo te scheppen dat we niet konden zondigen, begiftigd met een onweerstaanbare drang naar het goede. Maar “Hij heeft geoordeeld, dat zijn dienaren beter zouden zijn, als ze Hem vrij zouden dienen” (Ibidem, 14, 27 (PL 34, 134)). Hoe groots zijn de liefde en de barmhartigheid van onze Vader! Oog in oog met zijn 'goddelijke dwaasheden' voor zijn kinderen zou ik duizend monden en duizend harten en meer nog willen hebben, opdat mijn leven een ononderbroken lofzang zou kunnen zijn voor God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Bedenk dat de Almachtige, Hij die door zijn Voorzienigheid de wereld bestuurt, geen slaven wil. Hij heeft liever vrije kinderen. (…)

Nee ten antwoord geven aan God, de oorsprong van het nieuwe en eeuwig geluk afwijzen, dat kan het schepsel. Maar het schepsel dat zoiets doet, is niet langer kind van God en wordt slaaf. (…)

Laat me nog even bij dit punt blijven stilstaan. Het is overduidelijk, dat geen enkele mens aan een zekere vorm van slavernij ontsnapt. We kunnen het veelvuldig rondom ons en in ons vaststellen. De een doet een knieval voor geld; de ander vereert macht; weer een ander de betrekkelijke rust van het scepticisme; en nog een ander ontdekt zijn gouden kalf in het zingenot. En dat geldt ook voor respectabele zaken. We kunnen geheel opgaan in een of ander werk, in een onderneming van meer of mindere omvang, in het ten uitvoer brengen van wetenschappelijk, artistiek, literair, geestelijk werk. Wie dat met al zijn moeite, met een werkelijke hartstocht doet, wie zich daaraan verslingert, leeft in slavernij. Welgemoed stelt hij zich volledig in dienst van het doel van zijn zwoegen. (Vrienden van God, 33-34)