Rode letters op een witte achtergrond

Giuseppe Laiola, surnumerair van het Opus Dei, getrouwd, drie kinderen, woonachtig in Agrigento, is conrector van de plaatselijke universiteit en was ooit een militant communist. Met de toevallige aankoop van het boek 'De Weg' begon zijn bekering.

Sinds mijn jeugd ben ik een militante activist geweest van de communistische partij. In deze hoedanigheid heb ik verschillende malen slag geleverd, in het bijzonder op het gebied van de vrouwenemancipatie, in de zeventiger jaren met name de strijd voor de echtscheiding en abortus.

Tegenwoordig verbaas ik mij over de maat van mijn toenmalige hartstochtelijkheid. Ik heb in die tijd zelfs tegen mijn toen vijftienjarige vriendin gezegd, dat in de ordening van de waarden op de eerste plaats de partij komt en pas daarna zij zelf en ons toekomstige gezin. Desalniettemin leek mijn leven, ondanks de sterke politieke betrokkenheid en de diepe affectieve binding, dor, grijs en vaak ook deprimerend.

Op een dag, in het begin van de negentiger jaren, was ik in Palermo op een congres van een arbeidersbond, waarvan ik de regionale voorzitter was. Na een felle en moeilijke bijeenkomst bleef ik op weg naar huis voor een boekhandel staan. De opmaak van een door Mondadori gepubliceerd boekje trok mijn aandacht. Op een witte boekomslag stond in rode letters: Cammino – 999 massime per una vita cristiana (De Weg – 999 uitspraken voor een christelijk leven). En daarnaast de naam van de schrijver: Jozefmaria Escrivá. Op een rode banderol stond in witte letters: “Het meesterwerk van de stichter van het Opus Dei”. Ik kocht het boek en stopte het in mijn aktetas.

Laat op de avond, vermoeid en enigszins afgemat, nam ik het boek ter hand en las het voorwoord: Lees deze raadgevingen langzaam. Overweeg deze beschouwingen op je gemak. Het zijn dingen die ik je in vertrouwen in het oor fluister, als een vriend, als een broer, als een vader. Het maakte mij direct nieuwsgierig. En mij bekroop het onrustige gevoel dat deze woorden werkelijk sloegen op mijn toenmalige situatie. Terugblikkend merkte ik hoe diep de wens in mij sluimerde om mij met God te verzoenen. Tot dat moment was ik zeer ver van Hem verwijderd.

Communistisch schaamtegevoel

Toen ik nog bezig was om ‘De Weg’ bij wijze van spreken op eigen houtje te lezen, ik bedoel onsystematisch, kreeg ik op een dag het verzoek of ik wilde deelnemen aan een gelegenheidscomité ter voorbereiding van het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Agrigento in 1993. Verschillende maatschappelijke organisatie namen daaraan deel. Voor mij was dit iets nieuws en interessant.

In deze hoedanigheid leerde ik de rector kennen van de bedevaartskerk van San Calogero. Op een dag zamelde ik moed in en overwon mijn communistisch schaamtegevoel. Blozend vroeg ik hem: Wat houdt ‘geestelijke leiding’ eigenlijk in? En ik legde hem uit dat ik op dat moment bezig was om het boek De Weg te lezen van ene schrijver Escrivá, waarin deze uitdrukking voor komt en die ik niet goed kon plaatsen.

In die tijd wist ik niets af van het Opus Dei en niets van haar stichter. Ook wist ik niet dat een priester van het Opus Dei uitgerekend in de kerk van San Calogero maandelijkse bezinningsavonden hield. De rector raadde mij aan om met een bepaald iemand te spreken, die in contact stond met een centrum van het Opus Dei in Palermo en deze bezinningsavonden organiseerde.

Nieuw leven

Enkeledagen daarna ontmoette ik deze man, een advocaat. Ik was onder de indruk van zijn vreugdevolle en enthousiaste wijze waarop hij mij vertelde over het Opus Dei en het pauselijk bezoek aan Agrigento. Ter plekke belde hij met het centrum van het Opus Dei in Palermo om voor mij een afspraak met een priester te regelen.

Ik beschouw deze eerste ontmoeting met de priester als een beslissend en gedenkwaardig moment in mijn leven. Want dat indringende, diepgaande gesprek was voor mij werkelijk het begin van een nieuw leven. Er openden zich voor mij nieuwe wegen van een nieuwe menselijkheid en onvermoede dimensies van het geloof. Ik ontdekte steeds meer wat het betekent om door God bemind te worden. Ik ontdekte vervolgens dat het Opus Dei voor mij een goddelijke roeping betekende.

Enige tijd na mijn bekering, bespeurde ik ook de behoefte om mijn huwelijk kerkelijk te laten inzegenen. Ik sprak erover met mijn vrouw. Mijn vrouw stemde hiermee in, ook al was zij niet gelovig. Dus trouwden wij in kleine kring. De bisschop trouwde ons. Naast de getuigen waren mijn kinderen Giulia en Ignazio aanwezig en natuurlijk de advocaat en de pastoor van San Calogero, die bij wijze van spreken aan de oorsprong van deze geschiedenis stonden.

Mijn vrouw zal zich als een innerlijk gedistantieerde deelneemster hebben gevoeld. Toen de bisschop ons aanmoedigde om de kinderen te accepteren die de Heer ons zou schenken, keken we elkaar enigszins sceptisch aan. Onze beide kinderen waren al redelijk groot en ook wij beiden waren niet meer de jongste. Hoe dan ook: Vijf jaren later werd onze dochter Lucia geboren. Wij gaven haar deze naam, omdat zij werkelijk een licht was, dat met het ontdekken van het geloof op ons scheen. Intussen had namelijk ook mijn vrouw Concetta zich bekeerd.

Kind van God

Onze gemeenschappelijke weg hernieuwde zich en was vol verrassingen. Jaren later ontdekte ook mijn vrouw haar roeping tot het Opus Dei. Daarom wil ik dit getuigenis afsluiten met een dankgebed: Dank U, Heer, dat u mij deze weg van het Opus Dei hebt laten vinden. Ik zou deze dank ook kunnen richten aan het Opus Dei. Want door het contact met hen heb ik begrepen, wat het betekent God lief te hebben en te weten kind van God te zijn – door Gods goedheid en barmhartigheid gedragen te weten en om vol elan mij thuis en op mijn werk te heiligen en de anderen te heiligen. Het loont werkelijk het is werkelijk de moeite waard?