Pastorale reizen

De heilige Jozefmaria betrad het 'strijdperk' om veel mensen in hun geloof te sterken. Vanaf 1970 maakte hij pastorale reizen naar verschillende landen.

Biografie
Opus Dei - Pastorale reizen

De heilige Jozefmaria betrad het 'strijdperk' om veel mensen in hun geloof te sterken. Vanaf 1970 maakte hij lange pastorale reizen naar verschillende landen.

Een ontmoeting tijdens zijn catechesereizen in 1974.

Vanaf 1970 maakte de stichter van het Opus Dei lange pastorale reizen naar verschillende landen. Aangezien de gevolgen van de geloofscrisis overal te zien waren, was het tijd om veel mensen in hun geloof te sterken en de leer van de Kerk te verkondigen. De methode was die van vragen en antwoorden, waarbij hij altijd het persoonlijke contact wist te bewaren, ondanks het feit dat er vaak zeer veel mensen naar die bijeenkomsten kwamen.

Mexico, 1970

Met een groep Mexicaanse boeren.

Het begon in mei 1970 in Mexico, tegelijk met de pelgrimage naar Guadalupe. Hij ontving uiteenlopende groepen mensen. Onder hen waren boeren uit de deelstaat Morelos, waar leden van het Opus Dei samen met andere mensen een landbouwschool hadden gesticht. Tegen hen zei hij: “Allen, zowel jullie als wij, zijn bezorgd om jullie ontwikkeling, zodat jullie niet ongerust hoeft te zijn of je wel rond kunt komen... Wij trachten ook jullie kinderen cultuur bij te brengen: je zult zien dat we samen daarin slagen en dat degenen met talent en het verlangen te gaan studeren, het ver zullen schoppen. In het begin zullen het er weinig zijn, maar in de loop van de jaren... Hoe we het zullen aanpakken? Alsof we jullie een gunst verlenen? Nee, niet op die manier! Heb ik niet gezegd dat we allemaal gelijk zijn?"

Spanje en Portugal, 1972

In 1972 maakte hij een reis van twee maanden naar verschillende steden in Spanje en Portugal, met een druk en vermoeiend programma vol ontmoetingen, waarvan veel filmopnamen bewaard gebleven zijn. De mensen stelden hem vragen over de sacramenten, over het gezin en over andere kwesties die bediscussieerd werden in de publieke opinie en waarover ze twijfels hadden. Jozefmaria antwoordde op een sympathieke manier, maar toch duidelijk: met de eenvoud van een catecheet, met de leer van een theoloog en het geloof van een heilige.

Hij moedigde de mensen aan om 'onbeschaamde vragen' te stellen, en velen maakten daar graag gebruik van.

- Vader, hoe viert u de Mis en hoe doet u de dankzegging na de communie?

"Deze mensen hier willen dat ik in het openbaar biecht!"

Maar hij antwoordde toch. Hij zei ondermeer dat hij zich inspande om de dankzegging tot aan twaalf uur 's middags te laten voortduren, en dat hij zich vanaf dat moment voorbereidde op de Mis van de volgende dag. Wie daarom vroeg, kreeg een stimulerende suggestie.

“Vader, welke deugden vindt u de belangrijkste voor een leraar?

“Je hebt alle deugden nodig, maar je moet vooral een heel grote trouw betonen aan de kinderen.”

“Vader, hoe kunnen vrienden helpen het geloof dat ze zeggen verloren te hebben, weer teruggeven?”

“Als zij echt geloofden, dan zouden ze het niet echt kwijt hoeven zijn. Het kan zijn dat het geloof nu op dit moment door een sluier bedekt wordt, en daaroverheen weer een andere sluier, en nog een: een aantal sluiers van onverschilligheid, van misleidende geschriften, misschien van slechte gewoonten, en slechte invloeden. Ik adviseer je in de eerste plaats te bidden.”

“Vader, sommigen zeggen dat we kinderen alle geloven zouden moeten onderwijzen opdat zij zelf een keuze kunnen maken wanneer ze eenmaal ouder zijn…”

En zo ging het door, de vragen en antwoorden waren altijd spontaan. Zijn catechese in die weken bereikte meer dan honderdvijftig duizend mensen. Verder bezocht hij in elke streek een of twee kloosters om te getuigen van zijn liefde voor het contemplatieve leven en aan kloosterlingen om hun gebed te vragen. In iedere plaats die hij aandeed, maakte hij ook altijd een bedevaart naar het meest belangrijke Mariaheiligdom.

Latijns-Amerika, 1974

Tussen mei en augustus 1974 maakte hij een reis naar Zuid-Amerika: Brazilië, Argentinië, Chili, Peru, Ecuador en Venezuela. Opnieuw wilde hij mensen bevestigen in het geloof, in de liefde voor de Kerk en voor de paus en in de trouw aan het leergezag. Bij de vele ontmoetingen waren elke keer grote aantallen mensen aanwezig, zoals de gemaakte filmbeelden laten zien.

Een baby zegenend in Argentinië

In de Braziliaanse stad Sao Paulo zei hij tijdens een bijeenkomst: "Er is hier in Brazilië zoveel te doen, omdat er mensen zijn die de meest elementaire levensbehoeften ontberen. Niet alleen religieuze vorming, met zoveel mensen die nooit zijn gedoopt, maar ook een basis educatie. We moeten hen steunen en ervoor zorgen dat niemand werkloos is, dat geen enkele oudere bezorgd is omdat hij niemand heeft om voor hem te zorgen, dat zieke mensen niet in de steek worden gelaten, dat niemand tevergeefs naar gerechtigheid verlangt, dat iedereen de betekenis van lijden begrijpt."

In Buenos Aires (Argentinë) vroeg iemand hem: “Wanneer u weggaat, Vader, wat wilt u dan in het hart van uw Zuid-Amerikaanse kinderen achterlaten?"

Hij antwoordde: “Dat je overal vrede en vreugde zaait; dat je niets zegt wat een ander ergert; dat je in staat bent samen te werken met degenen die anders denken dan jij; dat je nooit iemand slecht behandelt; dat je alle anderen als je broers en zussen beschouwt; dat jullie zaaiers van vrede en vreugde mogen zijn."

In Venezuela vroeg een man hem advies met betrekking tot de opvoeding van zijn kinderen. De heilige Jozefmaria zei hem: “Neem ze mee voor wandelingen in de sloppenwijken rondom Caracas, zodat ze de sloppen en de dicht op elkaar staande krotten kunnen zien. Leer ze dat geld iets is dat ze op een goede manier moeten gebruiken zodat iedereen kan delen in het goede op deze aarde. Want het is heel makkelijk om te denken 'Ik ben erg goed' als je het nooit slecht hebt gehad. Een vriend van mij die erg rijk was, zei me eens: 'Ik weet niet of ik een goed mens ben, omdat ik nooit een zieke vrouw had als ik werkloos was en geen cent had. Ik heb mijn kinderen nooit uitgehongerd gezien als ik werkloos was en geen geld had. Ik heb mezelf nooit dakloos en op straat levend meegemaakt... Ik weet niet of ik deugdzaam ben, omdat ik niet weet wat ik zou doen als die dingen mij zouden overkomen.' Kijk, we moeten ervoor zorgen dat zoiets niemand overkomt. We moeten mensen trainen zodat ze kunnen werken en een fatsoenlijk bestaan kunnen opbouwen en voor zichzelf kunnen zorgen wanneer ze ziek worden of oud zijn, hun kinderen onderwijzen. Alles wat met de medemens te maken heeft, mag ons niet onverschillig laten, en we zouden gebruik moeten maken van de middelen die tot onze beschikking staan om liefdadigheid en gerechtigheid te voeden".

Gesprekken

De heilige Jozefmaria last hebbend van hoogteziekte, gaat aan boord van een vliegtuig in Venezuela

Hij herinnerde altijd aan de behoefte om te bekeren door het sacrament van verzoening. Hij pelgrimeerde naar de belangrijkste Maria-oorden in alle landen die hij bezocht, om tot Maria te bidden. Hij zei dat alle inspanningen en ongemak tijdens zijn reizen de moeite waard zouden zijn als slechts één mens zou worden bekeerd en zich zou verzoenen met God.

In Peru werd hij door een zware longaandoening gedwongen het bed te houden. Nog niet helemaal hersteld, wilde hij alweer zijn catechese hervatten. Toen hij op 1 augustus in Ecuador aankwam, werd hij door de soroche of hoogteziekte getroffen. Hij had nog wel enkele ontmoetingen in Ecuador, en later ook in Venezuela, totdat de artsen hem voorschreven zijn activiteiten op te schorten.

Weer naar Latijns Amerika, 1975

In februari 1975 keerde hij terug naar Zuid-Amerika. Nu bezocht hij Venezuela en Guatemala. Vele mensen, waaronder vele indianen, kwamen naar Guatemala stad om naar hem te luisteren. Hij sprak onder andere over de heilige Jozef en zei: “Hij leerde ons de waarde van gewoon werk, dat menselijkerwijs het middel is dat we binnen bereik hebben om ons te heiligen. We kunnen wat we iedere dag, ieder uur, iedere minuut moeten doen met liefde doen, zodat we het aan God kunnen opdragen, of het nu het bouwen van een wolkenkrabber is of het maken van een tenen mand door een van mijn indiaanse dochters."

En hij eindigde krachtig: “De tenen mand is voor mij even waardevol als de wolkenkrabber, als ze maar met liefde gemaakt worden!”

Tijdens het laatste deel van deze reis werd hij weer ziek. Uitgeput moest hij de reis inkorten en ging, eerder dan de bedoeling was, op 23 februari naar huis. De heilige Jozefmaria accepteerde Gods wil en droeg deze tegenslag op aan God.