"Het was ongeveer het 10de uur"

De jongste apostel Johannes was zo diep geroerd door zijn eerste ontmoeting met Jezus, dat hij zelfs het uur wist te herinneren, aldus de paus tijdens zijn algemene audiëntie op 30 augustus. De paus hervatte zijn overwegingen over de deugd van de hoop.

Van de paus
Opus Dei - "Het was ongeveer het 10de uur"

Dierbare broeders en zusters, goedendag!

1. Vandaag zou ik willen terugkeren naar een belangrijk thema: het verband tussen de hoop en de herinnering, met een speciale verwijzing naar de herinnering aan de roeping. Als toonbeeld neem ik de roeping van de eerste leerlingen van Jezus. Die ervaring bleef in hun geheugen zo ingeprent, dat een van hen zelfs het uur onthouden heeft: “Het was ongeveer het tiende uur” (Joh. 1, 39). De apostel Johannes vertelt het gebeuren als klare jeugdherinnering die onveranderd bewaard bleef in zijn geheugen van bejaarde. Johannes beschreef deze zaken toen hij al bejaard was.

De ontmoeting gebeurde dichtbij de Jordaan, waar Johannes de Doper doopte. Die jonge Galileeërs hadden de Doper gekozen als geestelijk begeleider. Op een dag komt Jezus langs en laat zich in de stroom dopen. De dag daarna komt Hij opnieuw langs en dan zegt de Doper – dat wil zeggen Johannes de Doper – tot twee van zijn leerlingen: “Zie, het Lam van God” (Joh. 1, 36).

Jezus verschijnt in heel het Evangelie, in alle ontmoetingen die Hij onderweg meemaakt, als een “brandstichter” van de harten.

2. Voor die twee was dat de “vonk”. Ze laten hun eerste meester achter en beginnen Jezus te volgen. Onderweg, keert Hij zich om en stelt de beslissende vraag: “Wat verlangt gij?” (Joh. 1, 38). In het Evangelie verschijnt Jezus als een expert van het menselijk hart. Op dat ogenblik heeft Hij twee zoekende jongeren ontmoet die op een gezonde wijze onrustig zijn. Inderdaad, welke jeugdtijd is een bevredigende jeugdtijd als de vraag naar de zin niet wordt gesteld? Jongeren die niets zoeken zijn geen jongeren, ze zijn gepensioneerd, vóór hun tijd oud geworden. Het is een trieste zaak: jongeren op pensioen… Jezus verschijnt in heel het Evangelie, in alle ontmoetingen die Hij onderweg meemaakt, als een “brandstichter” van de harten. Vandaar zijn vraag die er op gericht is het verlangen naar leven en geluk te doen opborrelen die elke jongere in zich draagt: “wat verlang je?”. Ook ik zou vandaag aan de jongeren hier op het plein en aan hen die via de media toehoren de vraag willen stellen: “Jij, jonge mens, wat verlang je? Wat verlang je in je hart?”

3. De roeping van Johannes en Andreas begint op deze wijze. Het is het begin van een zo sterke vriendschap met Jezus dat een gemeenschap van leven en streven met Hem ontstaat. De twee leerlingen blijven bij Jezus en worden meteen missionarissen. Als de ontmoeting beëindigd wordt, keren ze niet rustig naar huis terug. Integendeel al snel worden hun respectieve broers – Simon en Jacobus – ook tot de navolging bewogen. Ze zijn naar hen toegegaan en hebben gezegd: “We hebben de Messias gevonden, een grote profeet”. Dat is hun verhaal. Ze zijn verkondigers van hun ontmoeting. Het was een zo ingrijpende ontmoeting, zo gelukkig makend dat de leerlingen voor altijd zich die dag zullen herinneren die hun jeugd verlichtte en richting gaf.

Huwelijk, godgewijd leven, priesterschap: elke ware roeping begint met een ontmoeting met Jezus.

4. Hoe ontdekt men zijn roeping in deze wereld? Men kan ze op vele manieren ontdekken. Deze bladzijde uit het Evangelie leert ons dat de eerste aanduiding bestaat in de vreugde om de ontmoeting met Jezus. Huwelijk, godgewijd leven, priesterschap: elke ware roeping begint met een ontmoeting met Jezus die ons met vreugde en nieuwe hoop vervult. Ze brengt ons, ondanks beproevingen en moeilijkheden, tot een altijd diepere ontmoeting, die groeit, groter wordt, die ontmoeting met Hem en die volheid van vreugde.

De Heer wil geen mannen en vrouwen die tegen hun zin achter Hem aan lopen, zonder in hun hart de bewogenheid van de vreugde. Jullie, hier op het plein, vraag ik – ieder antwoordt voor zichzelf – hebben jullie in het hart die bewogenheid van de vreugde? Dat iedereen zich de vraag stelt: “Heb ik in mijn hart de bewogenheid van de vreugde?” Jezus wil mensen die ervaren hebben dat bij Hem zijn een bron is van onmetelijke vreugde die men elke dag van het leven kan hernieuwen. Een leerling van het Rijk van God die niet blij is, evangeliseert deze wereld niet, omdat hij triestig is. Men wordt verkondigers van Jezus, niet door de wapens van de welsprekendheid aan te scherpen: om te praten, praten, praten alsof er niets anders is… Hoe wordt men verkondigers van Jezus? Door in de ogen de twinkeling van de ware vreugde te bewaren. We ontmoeten veel Christenen, ook hier onder ons, die met hun ogen de vreugde van het geloof doorgeven: met de ogen!

Met hun ogen de vreugde van het geloof doorgeven .. Om deze reden bewaart de Christen – net zoals de Maagd Maria – de vlam van zijn verliefdheid: verliefden op Jezus.

5. Om deze reden bewaart de Christen – net zoals de Maagd Maria – de vlam van zijn verliefdheid: verliefden op Jezus. Natuurlijk zijn er de beproevingen van het leven, ogenblikken waarop men vooruit moet gaan ondanks de koude en de tegenwind, ondanks veel bittere ervaringen. Maar, Christenen kennen de weg die leidt naar dat heilige vuur dat hen eens voor altijd heeft aangestoken.

Ik smeek jullie: laten we geen gelijk geven aan hen die ontgoocheld en ongelukkig geworden zijn. Laten we geen gehoor geven aan wie op cynische wijze uitnodigt geen hoop in het leven te koesteren. Laten we geen vertrouwen schenken aan wie elk enthousiasme in de kiem smoren door te zeggen dat niets de opoffering van een heel leven waard is. Laten we niet luisteren naar de “ouden” van hart die het jeugdige welbehagen smoren. Laten we naar die ouden gaan die ogen hebben die schitteren van hoop! Laten we gezonde utopieën koesteren. God wil dat we zouden dromen zoals Hij en met Hem terwijl we op weg zijn met aandacht voor de werkelijkheid. Dromen van een andere wereld. En als een droom uitdooft, opnieuw aan het dromen gaan door met hoop terug te gaan naar de herinnering van het begin, naar wat nog smeult, misschien na een niet zo goed leven, onder de as van de eerste ontmoeting met Jezus.

Aan Jezus terugdenken is terugdenken aan het liefdesvuur, waarmee we onze hoop hernieuwen.

6. Ziehier, dus een fundamentele dynamiek van het christelijk leven: aan Jezus terug denken. Paulus zei aan zijn leerling: “Houd Jezus Christus in gedachten” (2 Tim. 2, 8). Dat is de raad van de grote heilige Paulus: “Houd Jezus Christus in gedachten”. Aan Jezus terugdenken is terugdenken aan het liefdesvuur, waarmee we op een dag ons leven hebben opgevat als een project ten goede en met deze vlam onze hoop hernieuwen.

Vertaling: www.rkdocumenten.nl