En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden

Gitty Feddema, docent aan de medische faculteit van de Universiteit van Leiden en ruim dertig jaar werkzaam in de jeugdhulpverlening, was op zondag 17 april te gast in Conferentieoord Zonnewende te Moergestel. Zij verzorgde er een lezing voor een honderdtal belangstellenden, voornamelijk jonge ouders en mensen uit het onderwijs.

Sociale initiatieven

Spreekster schreef op basis van een brede ervaring boeken voor ouders van kinderen van nul tot twaalf jaar: En als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden (2003), Opvoeden kun je leren (2003) en recent De gouden regels van de opvoeding. Het werd een boeiende inleiding met aansluitend gelegenheid om vragen te stellen. Velen gebruikten de mogelijkheid om daarna ook een persoonlijke vraag te stellen of gezinssituaties te bespreken. Uit de lezing van Gitty Feddema volgen hier enkele ideeën.

Bewustmaking

Vrijwel alle ouders willen het allerbeste voor het kind, maar zijn zich er lang niet altijd van bewust dat zij hun kinderen dagelijks een spiegel voorhouden en dat hun gedrag positief dan wel negatief doorwerkt op de ontwikkeling van het kind.

Het bewustzijn van de invloed van het eigen gedrag geeft meer (in)zicht en kennis waardoor veel problemen - die vaak klein beginnen - kunnen worden voorkomen, want opvoeden lijkt gemakkelijk, maar je moet wel weten waar je naar moet kijken.

De bouwstenen moeten van de ouders komen - thuis - en niet van anderen. Vaak is er het negatieve effect van veel begeleiders en verzorgers, of een onjuiste inschatting van de school die niet als taak de opvoeding heeft, maar het bevorderen van een educatieve, intellectuele ontwikkeling.

Waarden en normen

Het belang van het kind staat voorop. Het heeft recht op de nodige bagage voor de toekomst. Een goed begeleid socialiseringsproces stelt het kind in staat deel te worden van de gemeenschap. Dit vereist een structuur waarin waarden en normen een duidelijke plaats hebben. Door de ontkerkelijking zijn deze echter voor een groot deel verdwenen en er zijn geen andere voor in de plaats gekomen. Als er al eigen gedragsregels zijn, dan liggen daar vaak geen waarden aan ten grondslag. Mochten die er wel zijn, dan zijn die de ander niet bekend wat tot misverstanden leidt.

Gedrag wordt aangeleerd

Vrijwel al het gedrag wordt aangeleerd. Veel gedragsproblemen zijn in wezen opvoedingsproblemen. Ook probleemgedrag wordt aangeleerd, want ook dat wordt gestimuleerd en beloond door er aandacht aan te geven. Positief gedrag belonen door er veel aandacht aan te schenken werkt bevestigend, versterkend en leidt tot herhaling.

Kinderen uit hetzelfde gezin - die in dezelfde omstandigheden opgroeien - kunnen heel verschillend zijn. Dit vraagt het vermogen om elk kind te accepteren zoals het is. Doen ouders dit niet, ook al uiten ze dat niet expliciet, dan zal dit doorspelen in het gedrag van het kind.

Nee durven zeggen

Men moet nee kunnen en durven te zeggen, ook moet men grenzen hanteren, consequent zijn, niet over alles met het kind praten of in discussie gaan. En het kind moet leren een nee te accepteren. Wat dit betekent kan het al vroeg leren. Ingaan op mopperen, slaan, huilen, boos kijken, bidden en smeken - kortom reageren op een negatief reactiepatroon - betekent aandacht, betekent beloning, en vraagt om herhaling.

Opvoeden vanuit alleen het gevoel en het eigen gemak helpt het kind niet vooruit. Er is een consequente en duidelijke lijn nodig. Dit betekent niet dat ouders hard, autoritair of ongevoelig zijn. Ouders hebben echter vaak moeite met heftige reacties van het kind - die overigens ook zijn aangeleerd - en lopen tegen de eigen grenzen en gevoelens aan. Ze zeggen uiteindelijk vaak: ja. Het helpt onderscheid te maken tussen het kind en het gedrag: negeer het gedrag, negeer niet het kind.

Ouders moeten geen begrip vragen voor het eigen nee zeggen. Niet alles is thema van overleg. Het kind moet leren dat niet over alles onderhandeld kan worden. Ouders moeten gezag durven hebben, voorspelbaar zijn, zeggen wat ze belangrijk vinden en wat niet. Als ouders beheerst en consequent zijn, elkaar serieus nemen, dan houden ze het kind een waardevolle spiegel voor.

We maken met zijn allen de samenleving en bepalen zo de toekomst. Vandaar het voorstel: en als we nou weer eens gewoon gingen opvoeden.